Automatische trainingsdetectie
Met automatische trainingsdetectie kan je Polar Loop automatisch trainingssessies detecteren en registreren zonder dat je handmatig hoeft te beginnen met registreren via de Flow-app. Als dit is ingeschakeld, begint je apparaat met registreren zodra het een verhoogde hartslag en activiteitsniveaus detecteert. Dankzij deze functie wordt je training ook bijgehouden als je vergeet om hem handmatig te starten – en je hoeft tijdens de sessie je smartphone niet bij je te dragen. Je kunt je volledig richten op je training, terwijl je apparaat op de achtergrond de tracking regelt.
Voor nauwkeurige meting en tracking is het belangrijk dat het apparaat op de juiste manier om je pols is bevestigd. Zie de instructies in De Polar Loop dragen. Zorg ook dat je het apparaat draagt om de pols die je hebt geselecteerd in de apparaatinstellingen van de Flow-app
Automatische trainingsdetectie in- of uitschakelen
Automatische trainingsdetectie is standaard ingeschakeld. Je kunt het in- of uitschakelen tijdens de configuratie of later in de apparaatinstellingen van de Flow-app, waar je ook de gevoeligheid kunt aanpassen.
Open in de Flow-app de apparaatinstellingen door op de apparaatkaart in Dagboek te tikken. Je kunt ook naar Apparaten gaan en Polar Loop kiezen als je meer dan één Polar-apparaat hebt.
-
Gebruik in de apparaatinstellingen de schakelaar Training automatisch bijhouden om automatische trainingsdetectie in of uit te schakelen.
-
Pas de gevoeligheid van de automatische trainingsdetectie aan door de schuifregelaar Trainingsintensiteit te verplaatsen naar Laag, Gemiddeld of Hoog. Deze instelling bepaalt het intensiteitsniveau waarop wordt gestart met bijhouden. Hoe hoger de intensiteit, hoe harder je moet werken. Je kunt verschillende intensiteitsinstellingen uitproberen om het optimale niveau voor jouw training te vinden.
Trainingsintensiteit:
-
Laag: Ook door lichte activiteiten zoals ontspannen wandelen of huishoudelijke taken kan de trainingsregistratie worden geactiveerd.
-
Medium (standaard): Activiteiten zoals een stevige wandeling of licht joggen zijn voldoende om de registratie te starten.
-
Hoog: De training wordt alleen geregistreerd wanneer je krachtige activiteiten uitvoert zoals hardlopen, skiën of andere sporten met een hoge intensiteit.
Zo werkt de automatische trainingsdetectie
Voor automatische registratie van een trainingssessie moet deze voldoen aan bepaalde eisen wat betreft duur en intensiteit.
Duur: De activiteit moet minstens 10 minuten duren om als workout te worden opgeslagen.
Intensiteit: Je hartslag en activiteit moeten bepaalde niveaus bereiken en handhaven:
- Om de meting te starten moet je hartslag hoger zijn dan 50% van je hartslagreserve (HRR) - het verschil tussen je maximale hartslag en je rusthartslag. Dit betekent meestal dat de activiteit binnen hartslagzone 1 of hoger moet vallen. Om de meting te laten doorlopen moet je hartslag hoger blijven dan 25% van je HRR, of moet het apparaat via de versnellingsmeter een continue hoge fysieke activiteit detecteren.
Voorbeeld voor iemand met een maximale hartslag van 190 bpm en een rusthartslag van 50 bpm:
Hartslagreserve (HRR) = 190-50=140 bpm
Startdrempel (50% HRR) = (140×0,5)+50=120 bpm
Doorgaande drempel (25% HRR) = (140×0,25)+50=85 bpm
- Je activiteitsniveau moet 6,0 MET (een maat voor trainingsintensiteit) of hoger zijn om te starten. Het bijhouden stopt wanneer de activiteit daalt tot 3,0 MET of lager, tenzij je hartslag ondanks weinig beweging hoog genoeg blijft. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren tijdens het fietsen, waarbij je pols bijna stil blijft terwijl je het stuur vasthoudt.
Voorbeelden van MET:
1,0 MET: Rustig zitten
2,5 MET: Langzaam wandelen
5,0 MET: Snel wandelen
9,8 MET: Hardlopen in een tempo van 6:00 min/km.
11,0 MET: Hardlopen in een tempo van 11 km/u, of ongeveer 5:25 min/km.
Opmerking: Deze intensiteitswaarden gelden voor trainingsintensiteit Medium, de standaardinstelling. De drempels zijn hoger voor de instelling Hoog en lager voor de instelling Laag.
Trainingssessie starten
Het apparaat begint je trainingssessie te registreren wanneer het detecteert dat je hartslag en activiteitsniveau hoog genoeg zijn.
Tijdens de trainingssessie
De lopende trainingsregistratie en de huidige duur worden in de Flow-app getoond op de apparaatkaart in het Dagboek en op de startpagina.
Als je wilt, kun je de trainingsregistatie handmatig stoppen door de knop Vasthouden om te stoppen ingedrukt te houden.
Na de trainingssessie
De registratie wordt automatisch beëindigd wanneer je hartslag onder de gespecificeerde drempels zakt en er geen continue hoge fysieke activiteit wordt gedetecteerd. Het apparaat synchroniseert vervolgens je trainingsgegevens met de Flow-app zodra je smartphone zich binnen Bluetooth-bereik bevindt. De app moet in elk geval op de achtergrond actief zijn om automatisch te kunnen synchroniseren.
De automatisch geregistreerde trainingssessie verschijnt in de weergave Dagboek en Agenda van de Flow-app. Je kunt de trainingsanalyse bekijken door op de sessie te tikken.
Het sportprofiel Overig indoor wordt standaard gebruikt voor alle automatisch geregistreerde trainingssessies, maar je kunt dit desgewenst wijzigen. Als je de weergave van de trainingsanalyseweergave opent vanuit de Agenda, wordt je gevraagd om eerst het sportprofiel te selecteren voordat je de analyseweergave opent. Tik op een sportprofiel om het te selecteren, of selecteer Annuleren als je het sportprofiel Overig indoor wilt behouden.
Nadat je een sportprofiel hebt geselecteerd, wordt je gevraagd om je sessie te beoordelen. Je kunt een cijfer kiezen op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 staat voor heel erg makkelijk en 10 voor maximale inspanning. Je kunt deze vraag voor toekomstige sessies uitschakelen door de schuifregelaar Blijven vragen onder aan de pagina uit te schakelen. Na de keuze van een cijfer wordt de trainingsanalyse geopend.
Hoe krijg je een nauwkeurige trainingsdetectie?
Voor een goed functionerende automatische trainingsdetectie moeten je fysieke instellingen in de Flow-app up-to-date zijn. Je opent deze instellingen door in het menu Meer boven aan de pagina te tikken op je profielafbeelding of je naam.
De waarden van je maximale hartslag en rusthartslag zijn essentieel voor het berekenen van je hartslagreserve. Andere fysieke gegevens - geslacht, geboortedatum, lengte en gewicht - worden gebruikt om het calorieverbruik te schatten.
-
Maximale hartslag: Stel je maximale hartslag in als je de waarde van je huidige maximale hartslag weet. Als je deze waarde voor het eerst invoert, wordt standaard de maximale hartslag weergegeven die voor jouw leeftijd verwacht wordt (220-leeftijd).
-
Rusthartslag: Dit is je laagste hartslag wanneer je volledig ontspannen bent en niet wordt afgeleid. Als je je rusthartslag niet weet, kun je de waarde Laagste hartslag van de dag bekijken in de weergave Activiteit.
Voor een nauwkeurige meting is het belangrijk dat het apparaat op de juiste manier om je pols is bevestigd. Zie de instructies in De Polar Loop dragen. Zorg ook dat je het apparaat draagt om de pols die je hebt geselecteerd in de apparaatinstellingen van de Flow-app.
Als je wilt dat je trainingssessies op precies het juiste moment beginnen en eindigen, raden we je aan om handmatige registraties in de Flow-app uit te voeren. Automatische detectie kan kleine vertragingen hebben, bijvoorbeeld aan het begin van een sessie als je koude handen hebt en de bloedsomloop nog traag is, of aan het einde als je hartslag na een intensieve workout hoog blijft.